Gevoelens & emotiesNederlands
Het Wolkje op de Heuvel
Fien het wolkje zag een madeliefje dat “ting” zei, want er viel een druppel op zijn blaadjes. Dat deden de bloemen op de heuvel altijd. Niemand vond dat gek.
Maar Fien had geen zin in ting. Ze was verdrietig. Opa Wolk was vannacht met de wind meegewaaid, en Fien wilde hem terugvinden. Zonder opa was de dag zo lang als een hele week regen.
“Opaaa!” riep ze.
“Oe-oe-oe,” riep de heuvel terug. Maar opa riep niet terug.
Fien zweefde naar links. Daar was niks. Ze zweefde naar rechts. Daar zat alleen een hommel.
“Zoem! Ik zoek honing, geen wolken,” bromde de hommel. Hij vloog door naar een paarse klokjesbloem.
Fien werd klein en grijs. Er rolde een druppel uit haar. Ting! Nog een. Ting! Ting! Ze huilde een heel eind over de heuvel, tot ze niet meer wist waar ze begonnen was.
Toen keek ze achterom. Overal waar haar druppels waren gevallen, stonden de bloemen wijd open. Gele, rode, blauwe. Het was een lang, kronkelig pad.
“Dat is mijn weg,” fluisterde Fien. “Ik hoef alleen maar terug te gaan. Zweef voor zweef.”
Ze volgde de bloemen. Langs de klokjes, waar de hommel zoemde. Langs de rode papavers. Langs het madeliefje dat nog een keertje ting zei. Zo ging ze helemaal terug naar de top van de heuvel.
Daar hing iets groots en zachts boven de bloemen.
“Fien!” bromde opa. “Ik was je aan het zoeken. Toen zag ik bloemen die tingelden, en ik dacht: dat is mijn Fien.”
“Ik heb mijn eigen weg teruggevonden,” zei Fien.
Ze kroop tegen opa aan, tot ze één grote wolk waren. Beneden zoemde de hommel. En op het madeliefje viel nog één druppel, heel zachtjes. Ting.