Dieren & natuurNederlands
Fien en het lammetje
Fien was het enige kind in het dorp dat met haar oren kon wiebelen.
Vandaag ging ze naar de kinderboerderij. Het sneeuwde zacht. De vlokjes vielen op haar neus en tinkelden: ting, ting. Niemand keek ervan op. Zo zijn sneeuwvlokken nu eenmaal.
Fien wilde één ding het allerliefst. Ze wilde het lammetje de fles geven. Het lammetje heette Pluis en het had een zwart neusje en een staartje als een propje watten.
"Dat mag," zei boer Joost. "Maar eerst moet ik het hek vastmaken, anders lopen de geiten weg."
Hij pakte de fles van het plankje. Die gleed uit zijn hand. Krak! De fles lag in stukken op de stenen.
"O jee," zei boer Joost. "Dat was de laatste."
Hij schonk de melk in een kom en liep naar het hek. Tik, tik, tik, deed zijn hamer.
Fien zette de kom op de grond. Pluis snuffelde eraan en liep weg.
"Probeer ik het anders," zei Fien. Ze hield de kom omhoog, vlak voor Pluis' neus. Pluis stak haar kop erin. Atsjoe! De melk spatte alle kanten op, ook op Fiens jas.
Fien moest lachen. Ze wiebelde met haar oren van het lachen. Pluis keek met grote ogen.
Ting, deed een vlokje op Fiens neus. Pluis spitste haar oren. Ze keek naar Fiens neus.
Fien zag het. "Je luistert!" fluisterde ze.
Ze bukte heel langzaam en hield haar neus boven de kom. Ting. Ting. De vlokjes vielen in de melk en tinkelden zacht.
Pluis kwam dichterbij. Haar zwarte neusje ging de kom in. Ze begon te drinken. Slurp, slurp, slurp.
Fien bewoog niet. Ze hield de kom stil vast, en de sneeuw bleef tinkelen. Het staartje van Pluis wiebelde heen en weer, precies zoals Fiens oren.