Fantasie & verwonderingNederlands
Fien rolt een schoen om
Fien vond een zilveren lepeltje in haar schoen, en het was nog maar middag.
“Dat is van de kraai,” zegt mama. “Hij leent iets en brengt altijd iets anders terug.”
Fien kijkt naar haar schoen. De glimmende gesp is weg. Ze haalt haar schouders op. Dat doet de kraai wel vaker.
“Vanavond zet ik hem voor Sinterklaas,” zegt ze. “Bij de kachel. Met een wortel voor het paard.”
Ze zet de schoen neer. Hij rolt weg, over de vloer, tot hij tegen de deur tikt. Plok.
“Hé!” zegt Fien. Ze pakt hem op en zet hem terug.
Plok. Daar gaat hij weer.
Fien legt de wortel erin. Dat maakt hem zwaarder, denkt ze. Maar de schoen rolt gewoon verder, en de wortel springt eruit en rolt mee.
“Stil liggen, schoen!” zegt Fien.
Ze zet hem tegen een boek. Het boek valt om. Ze zet hem tegen de kolenbak. De schoen schuift er zo omheen.
Fien gaat op de grond zitten en kijkt. De schoen rolt niet zomaar. Hij rolt altijd naar dezelfde plek, bij de mat, waar de vloer een beetje zakt.
“Oh,” zegt Fien. “De vloer is scheef.”
Ze denkt na. Dan zet ze de schoen precies in dat kuiltje. De schoen draait een klein rondje en blijft liggen. Hij blijft echt liggen. Fien legt de wortel erin en het lepeltje ernaast.
’s Avonds schijnt de maan op de mat. De schoen staat stil in zijn kuiltje, met de wortel eruit als een oranje neus.
Dan klinkt er een zacht getik op het raam. Tik, tik. Een zwarte kraai zit op de vensterbank. Hij laat iets vallen door het kiertje en vliegt weg.
Het valt in de schoen, en het klinkt als een heel klein belletje.
Fien houdt haar adem in en luistert hoe het naklinkt.