Dieren & natuurNederlands
Bobbel onder de bank
In de gang staat een doos, en de doos piept.
Noor kijkt erin. Er zit een puppy in! Hij is klein en bruin. Zijn oren zijn zo zacht als sokken en zijn neus is nat als een regendruppel.
"Hij is van ons," zegt Papa. "Hij heet Bobbel."
Noor wil maar één ding. Ze wil met Bobbel spelen. Ze wil met hem rennen en de bal naar hem rollen.
Maar Bobbel wil niet. Zodra hij op de vloer staat, schiet hij onder de bank. Alleen zijn staartje steekt er nog uit.
Noor gaat op haar buik liggen. "Kom maar, Bobbel." Niets. Ze rolt de bal onder de bank. Tik! De bal komt terug, en Bobbel kijkt niet eens. Ze houdt een koekje voor. Snuf, snuf, maar Bobbel blijft waar hij is.
Noor zucht. Ze ligt heel stil en kijkt. Onder de bank is het donker en klein. Bobbel drukt zich tegen de muur. Hij is niet stout. Misschien is de kamer voor hem veel te groot.
"Een kleine plek," fluistert Noor. "Een hol!"
Ze pakt de kussens van de bank. Ze zet twee stoelen neer en legt er een deken overheen. Een kussen valt om. Plof! Dan legt ze haar zachte konijn in het hol, en een sok.
"Kom maar, Bobbel."
Eerst gebeurt er niets. Dan komt er een neus onder de bank vandaan. Dan een oor. Dan vier pootjes die uitglijden over de vloer.
Bobbel loopt het hol in. Hij pakt de sok en trekt eraan. De deken glijdt naar beneden, recht over zijn kop. Nu is Bobbel een bult met een kwispelend staartje.
Noor lacht heel hard. Bobbel kruipt onder de deken uit en kijkt haar aan, met de sok in zijn bek. Dan gaat hij terug het hol in. Hij draait drie rondjes en ploft neer.
Noor kruipt erbij. Bobbel legt zijn kin op haar voet. Het is warm en een beetje zwaar. En ergens in het hol hoort ze een heel klein snurkje.