Dieren & natuurNederlands
Mies en het tikgeluid
Tik, tik, tik. Mies hoorde het vanuit de boomgaard en ze spitste meteen haar oren. Dat was een nieuw geluid. Mies was een klein grijs poesje met een staart als een vraagteken, en ze wilde álles weten.
"Wie is daar?" riep ze. Niemand antwoordde. Alleen het geluid ging door. Tik, tik, tik.
Ze rende tussen de bomen door, tot ze bij de oudste boom kwam. Dat was de boom die elk jaar eerder rijp werd dan de rest. Er hingen al rode appels aan, terwijl de andere bomen nog helemaal groen waren. Niemand in de boomgaard vond dat gek.
Het geluid kwam van boven. Mies klom langs de stam omhoog. Haar pootjes kraspten over de bast. Krrr, krrr. Maar toen werd het stil. Het tikken was weg.
"Hallo?" zei Mies. Ze schoof een stukje naar voren, en de tak begon te wiebelen. Mies gleed terug naar beneden en plofte in het gras.
Ze bleef even zitten. Toen bedacht ze iets anders. Ze ging heel stil zitten, met haar poten netjes naast elkaar. Ze deed niets. Ze luisterde alleen.
Tik, tik, tik. Daar was het weer!
Er viel een krulletje bast op haar neus. Mies keek omhoog. Hoog in de boom zat een vogel met een rood mutsje. Hij tikte met zijn snavel tegen de stam.
"Sst," zei de specht. "Ik luister naar een kever. Die zit in het hout."
"Ik doe heel zachtjes," fluisterde Mies.
Plotseling viel er een appel uit de boom. Plof! Hij stuiterde één keer en rolde tegen Mies aan.
Mies zat in de zon, met de warme appel tegen haar zij. Boven haar ging het zachtjes verder. Tik, tik, tik.