Naar de inhoud springen

Fantasie & verwonderingNederlands

Fien en de ster in de put

"Oeoeoe, ik val!" hoort Fien, en ze rent met haar emmertje de tuin in.

Een lichtje schiet door de lucht. Het zoeft over de appelboom en plop! Het valt in de put achter het huis.

Fien wil al heel lang een vallende ster zien. Dan mag je iets wensen. Nu is er eindelijk één, en hij zit vast.

Ze leunt over de rand. Onderin schijnt een klein, gouden licht.

"Ben jij dat?" roept ze.

"Ben jij dat?" roept de put een tel te laat terug. Zo gaat dat hier altijd.

"Ja, ik ben het," zegt de ster. "Ik keek te ver over de rand van de nacht. Nu kom ik er niet meer uit."

Fien laat haar emmertje zakken. De ster stapt erin, maar het emmertje schommelt. Pling! De ster rolt eruit en zit weer op de bodem.

"Nog een keer," zegt Fien. Ze probeert het opnieuw. Pling! Weer eruit.

"Ik ben te rond," zucht de ster. "Ik rol overal af."

"Ik ben te rond," zegt de put een tel te laat. De ster schrikt. "Wie praat er na mij?"

"Dat is alleen de put," zegt Fien.

Ze gaat op het gras zitten en denkt na. Een paardenbloempluis dwarrelt voorbij. Het zweeft over de put en gaat een eindje omhoog als ze erop ademt.

Fien kijkt naar de ster. Hij is zo licht als een zeepbel.

Ze buigt zich over de rand en blaast. Voeff! De ster wiebelt omhoog. Ze blaast nog een keer, lang en zacht. Voeff! De ster stijgt langs de stenen, tot hij warm als een broodje vlak voor haar neus zweeft.

"Dank je wel," zegt de ster. Hij kietelt haar neus en zweeft de lucht in, hoger dan de appelboom, hoger dan het dak.

Fien fluistert haar wens. Niemand hoort hem, alleen de nacht.

"Dag ster!" roept ze.

Boven haar twinkelt het. Dan roept de put zacht, een tel te laat: "Dag ster!"