Naar de inhoud springen

Beroepen & buurtNederlands

Noor en het blauwe lantaarntje

"Vandaag neem ik het kikkerboek mee," zei Noor tegen haar knuffelkonijn.

De bibliotheek lag op het dak, tussen de bloempotten. Boven de planten hingen lantaarns. Eén lantaarn brandde blauw. Dat deed hij alleen op avonden zonder regen, dus iedereen mocht buiten lezen.

Noor liep naar de plank met de kikkers. Daar zat een gat. Het kikkerboek stond er niet.

"Nog even zoeken," zei ze.

Ze keek onder de dikke boeken. Ze keek achter de plant. Ze keek op de stoel met het kussen. Geen kikkerboek.

Mevrouw Brand zat aan de balie. Ze had een stempel en een grote stapel boeken. Kloek, kloek, deed het stempel.

"Mevrouw Brand, mijn kikkerboek is weg."

"Ik moet eerst alle boeken stempelen, Noor," zei mevrouw Brand. "Daarna kijk ik mee."

Noor wachtte. Dat duurde lang. Het stempel ging kloek, kloek, kloek, maar de stapel bleef hoog.

"Nog even zoeken," zei Noor, nu wat zachter.

Ze keek in de mand met prentenboeken. Ze keek in het bakje met bladwijzers. Daar lag alleen een bladwijzer met een vlinder.

Toen kwam er iemand de trap op. Het was Opa Joop, en hij was te laat. De bibliotheek ging bijna dicht.

"Sorry, sorry," zei hij. Hij liet een boek door het luik in de muur vallen.

Plof!

Noor draaide zich om. Een luik! Daar kwamen de boeken terug. Misschien lag haar kikkerboek wel daar.

Ze rende naar het luik en trok het open. In de bak lag één boek, met een groene kikker op de kaft.

"Het kikkerboek!" riep Noor. "Opa Joop, u had het!"

"Mijn kleinzoon wilde het zes keer lezen," zei Opa Joop. "Ik breng het net terug."

Mevrouw Brand kwam met het stempel. Kloek. Het boek was van Noor.

Ze ging op de stoel met het kussen zitten, met het boek op schoot. Boven haar brandde de blauwe lantaarn, en het boek voelde warm aan haar handen.