Vriendschap & vriendelijkheidNederlands
Fien en de zingende schelp
Fien vond op het strand een schelp die zachtjes zong. Het was maar een half liedje: "Lalala, lalala, en dan niets."
Ze wist meteen wie dit moest horen: Sem. Elke ochtend bouwden ze samen bij de grote steen, want daar liet de zee de mooiste dingen achter.
Maar vandaag zat Sem er al. Hij had een toren van zand gemaakt, hoog als een emmer. Fien rende van blijdschap naar hem toe en struikelde. Ze plofte precies op de toren. Krak! Plat.
"Mijn toren!" zei Sem. Hij pakte zijn schep en liep naar de andere kant van de steen.
Fien kreeg een knoop in haar buik. Ze wilde sorry zeggen. Maar het woord bleef steken, als een steentje in haar keel.
Eerst hield ze de schelp omhoog. "Sem, kijk, hij zingt!" Sem keek niet.
Toen vroeg ze het aan een krab. "Weet jij hoe je sorry zegt?"
"Geen tijd," zei de krab, en hij liep zijwaarts zijn gat in. Hij moest zijn eten nog halen.
Een meeuw zat op de steen. "Ik let op de golven," zei hij. "Vraag het maar aan iemand anders."
Fien zuchtte. Ze ging op het zand zitten, met de schelp bij haar oor. "Lalala, lalala..." zong die, en dan niets.
Toen hoorde ze iets. Achter de steen neuriede iemand zacht: "Tralala, tralala." Het klonk precies als het stukje dat de schelp miste!
Fien stond op. Ze liep op haar tenen naar Sem toe. De schelp zong het begin. Sem neuriede het eind. Samen was het een heel liedje.
Sem keek op. Hij moest een beetje lachen.
En nu rolde het woord er vanzelf uit. "Sorry, Sem. Ik viel op je toren."
"Hij was toch een beetje wankel," zei Sem. "Help je me met een nieuwe?"
Ze bouwden hem samen, hoog en stevig. Fien zette de schelp bovenop. De zee ging shhh, shhh, en de schelp zong het hele liedje, zachtjes, tot het eind.